Categorie: Wekelijkse citaten

Toelichting bij de citaten die we wekelijks op onze site publiceren

“No author dislikes to be edited as much as he dislikes not to be published.”

Het is nu eenmaal een dilemma: Laat ik mijn eigen woorden voor wat ze zijn? Of vraag ik een ander om ze te lezen en ze – zo nodig – te verbeteren? Zodat ze begrijpelijker zijn voor mijn publiek, of aantrekkelijker, of überhaupt correct? Als iemand anders mijn tekst verandert, is het dan nog wel mijn tekst? We merken dat vooral ondernemers die vanuit een persoonlijke benadering werken, zoals coaches en trainers, worstelen met deze vraag. Ze willen graag dicht bij zichzelf blijven maar ze willen ook dat hun teksten goed, interessant en aantrekkelijk zijn.

Een goede redacteur houdt jouw woorden in ere. In eerste instantie stellen we vooral vragen: Wat bedoel je precies? Waarom heb je dit zo opgeschreven? Hoe heb je de keuze gemaakt voor deze opsomming? Weet je zeker dat de bronvermelding klopt? In tweede instantie doen we suggesties om de tekst makkelijker te laten lopen en begrijpelijker te maken voor jouw lezerspubliek. Want daadwerkelijk publiceren is toch veel beter (en leuker) dan eeuwig twijfelen en schaven aan je tekst?

Meer weten? Sonja schreef een blog over redigeren. Wat we voor jou(w teksten) kunnen betekenen, bespreken we graag eens persoonlijk.

“You can do anything but you can’t do everything.” – David Allen

November is een drukke maand bij ons. Na de zomer is iedereen nu goed op stoom en voor ons doemen ze op als een groot zwart gat waar alle productiviteit in dreigt te verdwijnen: De Feestdagen. “We hebben nog iets minder dan een maand voordat De Kerst van start gaat en daarna zijn we verloren tot in het nieuwe jaar!” Maar ja, drukte is kiezen en prioriteren is een kunst. Dus halen wij productiviteitsgoeroe David Allen (Getting Things Done) aan en zeggen: Wij kunnen alles, maar niet alles tegelijk. Succes!

“Schrijven is een manier om te praten zonder onderbroken te worden.” – Jules Renard

Wat een luxe! Gewoon zeggen wat je zeggen wilt, zonder dat iemand er tussendoor iets over opmerkt, bevraagd of weerlegt. Een eerste versie van een (e-)boek is altijd dat je jezelf voor het eerst het verhaal vertelt, zei Terry Pratchett al. Het is dan ook een van de fijnste dingen van voor jezelf schrijven, vooral als je het liefst even rustig nadenkt over de argumenten en woorden die je precies wilt gebruiken. Die opmerkingen, vragen en tegenargumenten komen later wel.

Jules Renard was het ook die zei: “De echt vrije man is hij die een uitnodiging voor een diner afslaat zonder een smoes te gebruiken.” Hij schreef het autobiografische boek ‘Poil de Carotte’, ofwel ‘wortelhaar’. In het Engels zou je zeggen ‘carrot top’: Renard had knalrood haar. In de Newyorker verscheen een leuk stuk over de verrassend vrolijke dagboeken van Renard.

Ben je klaar met praten en wil je dat er toch even – achteraf – iemand meeleest en vragen stelt, opmerkingen plaatst of gewoon je spelling en grammatica checkt? Dat kan. Moet het snel? Dat kan ook.

“Schrijven wil zeggen dat er stapje voor stapje een ik buiten jezelf ontstaat die je vertelt wat je bedoelt.” – Rutger Kopland

Schrijven kan een hele klus zijn. Het komt vaak voor dat ik vol goede moed en met heel vastomlijnde ideeën begin maar halverwege erachter kom dat ik constant mijn koers moet bijstellen. Het punt dat ik wilde maken blijkt bijvoorbeeld lang niet zo sterk als ik dacht, of de voorbeelden die ik wilde gebruiken zijn niet zo helder als ik in eerste instantie had ingeschat. Al schrijvend word ik een lezer van mijn eigen tekst – en soms valt die erg tegen.

Dat geeft niet. Schrijven is schrappen, zei Godfried Bomans al. Schrijven maakt mij duidelijk wat ik eigenlijk wilde zeggen, en wat niet.

Het leuke is dat ik bij Ninja ’n Son ook die externe ‘ik’ kan zijn voor anderen; ik vraag telkens weer wat er met iets bedoeld wordt, hoe iets over moet komen, of er wel staat wat er moet staan. Dat leidt soms tot uitleg in de tekst, maar meestal tot een betere formulering. Vaak is het een openbaring: “Zo zeg ik dat altijd maar dat is niet wat ik bedoel!”